Selectie uit de Profetieën en Openbaringen van de Heilige Birgitta van Zweden – Boek 1 Hoofdstuk 1

Selectie uit de Profetieën en

Openbaringen van de Heilige Birgitta

van Zweden

HeiligeBirgittavanZweden

2015

Heilige Birgitta van Zweden, Co-Patrones van Europa


Apostolische brief “Spes ædificandi” van Paus Johannes-Paulus II

1 oktober 1999 – Libreria Editrice Vaticana

Het Christelijk geloof heeft de cultuur van het Europese continent ge­vormd. Ze werd op een onontwarbare wijze met haar geschiedenis ver­weven zodat die onbegrijpelijk zou zijn zonder verwijzing naar de gebeur­tenissen die de grote beginperiode van evangelisatie hebben geken­merkt. Na dat eerste begin volgden lange eeuwen gedurende welke het Chris­tendom, on­danks het pijnlijke schisma tussen Oost en West, zich als de religie van de Europeanen heeft ingenesteld.

De weg naar de toekomst kan zich niet aan dit feit onttrekken. De Christenen worden opgeroepen zich daar bewust van te zijn en zijn per­ma­nente potentieel aan te boren. Ze hebben de plicht om aan de op­bouw van Europa een specifieke bijdrage te leveren die in zijn werking even waardevol kan zijn als een vernieuwing in het kader van het Evan­gelie. Zij zullen zich dan in de lange ge­schiedenis van heiligheid kunnen voegen die zich in de di­verse regio’s van Europa tweeduizend jaar lang heeft kunnen ont­vouwen. De officieel erkende hei­ligen zijn daarin slechts waargenomen bergtoppen, die voor allen als voorbeeld dienen, want er zijn ontel­bare Christenen die door een oprecht en eerlijk leven, gedreven door de liefde voor God en zijn naaste – en dat binnen een grote diversiteit aan ge­wijde- en leken­roepingen – een ware en universele heiligheid hebben be­reikt, zelfs als die aan ons zicht onttrokken was. De Kerk twijfelt er niet aan dat het juist deze schat van heiligheid is die het geheim van zijn verleden vormt en hoop voor zijn toekomst geeft.

Ik heb naast Benedictus twee heiligen uit het eerste millennium tot medepatronen van Europa verklaard, en wel de ge­broeders Cyrillus en Methodius, gekend als pioniers van de evangelisatie van het Oos­ten. Om dit te vervol­maken, heb ik gemeend de stoet van hemelse patronen aan te vullen met drie personen, die tevens symbool staan voor de cruciale mo­menten van het tweede millennium dat thans aan zijn eind komt: de Heilige Birgitta van Zwe­den, de Heilige Catharina van Siënna en de Hei­lige Teresa Benedikta van het Kruis. Drie grote heiligen, drie vrouwen, die in verschillende tijd­perken – twee in het hart der Middeleeuwen en één uit onze eeuw – door hun actieve liefde voor de Kerk van Christus zijn op­gevallen alsmede het ge­tuigenis dat ze van zijn Kruis gaven.


 

Informatie over de Heilige Birgitta

De Heilige Birgitta van Zweden (†1373) werd reeds minder dan twin­tig jaar na haar dood door Paus Bonifatius IX heilig verklaard, wat door Paus Marti­nus V in 1415 bevestigd werd, ten tijde van het Concilie van Con­stan­tinopel.

Aan de openbaringen werd al snel een uitzonderlijk hoge mate van authenticiteit, autoriteit en be­lang­rijkheid toegekend. Paus Gregorius XI (1370-1378) beaamde en be­ves­tigde ze en heeft er een zeer positief oor­deel over uitgesproken. Zo deed ook Boni­fa­tius IX (1389-1404) in het pauselijke document “Ab origine mundi”. Later werden ze ter bestudering aan het Con­cilie van Constantinopel (1414-1418) voorgelegd en nogmaals aan het Concilie van Basel (1431-1449). Beide oordeelden dat ze in over­eenstemming waren met het Katholieke geloof. Een menigte hoog aan­geschreven theologen hebben de openbaringen sterk aanbevolen, waar­onder Kardinaal Juan de Torquemada (1388-1468) en Jean Gerson (1363-1429), die kanselier was van de universiteit van Parijs, die beiden uit­blinkten door hun theologie.

God zegene u bij het lezen van deze hier voor u liggende open­ba­ringen.


De woorden van onze Heer Jezus Christus tot zijn uitverkorene en van ganser harte geliefde bruid, uitleg gevend over zijn volmaakte Incarnatie,
het oordeel over de goddeloze schending van ons geloof en doopsel,
het verzoek aan zijn geliefde bruid Hem lief te hebben.

 

Boek 1 – Hoofdstuk 1

Ik ben de Schepper van hemel en aarde, één in goddelijkheid met de Vader en de Heilige Geest. Ik ben het die sprak tot de profeten en de aartsvaders, degene op wie zij wachtten. Omwille van hun verlangen en in overeenstemming met mijn belofte heb Ik vlees aangenomen zonder zon­de en zonder wellust, het lichaam van de Maagd binnengaand zoals de zon door het helderste kristal schijnt. De zon brengt door het binnengaan geen schade aan het glas, noch ging de maagdelijkheid van de Maagd verloren toen Ik mijn menselijke natuur aannam. Ik nam het vlees aan, maar zonder mijn Goddelijkheid in te leveren. Ik was niet minder God, alle dingen met de Vader en de Heilige Geest besturend en vullend, alhoe­wel Ik met mijn menselijke natuur in de schoot van de Maagd was. Hel­derheid is nooit gescheiden van de vlam noch was mijn Goddelijkheid ooit gescheiden van mijn menselijkheid, zelfs niet in de dood. Vervolgens heb Ik gewild om mijn zuiver en zondeloos lichaam van mijn voet tot aan de kruin van mijn hoofd te laten verwonden voor de zonden van alle men­sen, en te worden opgehangen aan het kruis. Het wordt nu elke dag geof­ferd op het altaar zodat de mensen meer van Mij kunnen houden en mijn gun­sten vaker herinneren. Maar nu ben Ik totaal vergeten, ver­waarloosd en geminacht, net als een koning die uit zijn eigen konink­rijk is verstoten in wiens plaats een boze dief is gekozen en vereerd. Ik wilde mijn konink­rijk binnenin de menselijke persoon laten zijn. Door zuiverheid zou Ik over de mens koning en heer zijn omdat Ik hem gemaakt en vrijgekocht heb. Nu echter heeft hij de belofte gebroken hij Mij bij het doopsel heeft gedaan en is zijn geloof geschonden. Hij heeft de wetten die Ik hem heb voorgehou­den overtreden en verworpen. Hij houdt van zijn eigen wil en spottend wei­gert hij naar Mij te luisteren. Bovendien verheft hij de meest kwaad­aar­dige dief, de duivel, boven Mij en zweert hem trouw. De duivel is werke­lijk een dief omdat hij door kwade verleidingen en valse beloften de menselijke ziel, die Ik met mijn eigen bloed heb vrijge­kocht, voor zichzelf steelt. Het is niet als zou hij krachtiger zijn dan Ik dat hij in staat is dat te stelen, want Ik ben zo machtig dat Ik alle dingen kan doen door een enkel woord, en Ik ben nu eenmaal zo dat Ik daar niet het min­ste onrecht mee doe, zelfs indien alle heiligen Mij zou­den vragen dat te doen.

Maar aangezien de mens, die een vrije wil heeft gekregen, vrijwillig mijn geboden bespot en instemt met de duivel, dan is dat alleen ter wille van het ondergaan van de duivelse tirannie. De duivel is vanuit mijn goed­heid gecreëerd, maar viel door zijn eigen kwade wil en is als het ware mijn die­naar geworden ten behoeve van het teweegbrengen van straffen voor de god­delozen. Hoewel Ik nu zo veracht ben, ben Ik echter nog zo barm­hartig dat Ik allen die om barmhartigheid vragen en zich nederig opstel­len, zijn zonden zal vergeven en bevrijden van de kwade dief. Ik zal echter mijn gerechtigheid doen gelden jegens hen die Mij blijven min­achten. Als men ervan hoort zal men huiveren en zij die het ondergaan zullen zeggen: ‘Oh, wat spijt het ons toch dat we ooit de verheven Heer tot toorn hebben uitgedaagd!’ Maar jij, mijn dochter, die Ik heb verkozen voor Mijzelf en met wie Ik spreek door de geest, hou van Mij met heel je hart, niet zoals je van je zoon of dochter of familie houdt, maar meer dan wat ook ter wereld! Ik heb jou geschapen en geen van mijn ledematen gespaard in het lijden voor jou. En toch hou Ik zoveel van je ziel dat als het mogelijk was Ik mijzelf liever weer aan het Kruis zou laten nagelen dan dat Ik jou zou verliezen. Imiteer mijn nederigheid: Ik, die de koning van de glorie en de engelen ben, was in lompen gekleed en stond naakt op de pijler terwijl mijn oren allerlei beledigingen en spot hoorden. Maak mijn wil de jouwe, omdat mijn moeder, jouw vrouwe, van het begin tot het einde, nooit iets anders heeft gewild dan wat Ik wilde. Als je dit doet zal je hart met mijn hart zijn, en het zal door mijn liefde op dezelfde wijze branden als al die droge dingen die makkelijk vuur en vlam vatten.

Je ziel zal worden gevuld met Mij en Ik zal in je zijn, en alle tijdelijke dingen zullen voor jou bitter worden en alle vleselijke wensen als gif. Je zult rusten in mijn goddelijke armen waar geen vleselijke lust als gif is, slechts vreugde en geestelijk genot. Op die plaats zal de ziel zowel van binnen als bui­ten verheugd zijn en vol vreugde, aan niks anders denkend en wen­send dan de vreugde die het heeft. Houd dus alleen van Mij en je zult alle dingen hebben die je begeert en je zult ze in overvloed hebben. Staat niet geschreven volgens de woorden van de profeet dat de (olijf)olie van de weduwe niet ontbrak tot aan de dag dat de Heer regen naar de aarde zond? Ik ben de ware profeet. Als je mijn woorden gelooft en uit­voert, zal jouw olie, vreugde en gejubel tot in eeuwigheid nooit verstek laten gaan.

(wordt hier vervolgd)

Een gedachte over “Selectie uit de Profetieën en Openbaringen van de Heilige Birgitta van Zweden – Boek 1 Hoofdstuk 1

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s