Barstjes in de ivoren toren

Barstjes in het reductionistische wereldbeeld

Door pastoor Jack Geudens

Inleiding: de mens is meer dan zijn biologie

Wie de mens werkelijk wil begrijpen, kan niet volstaan met een eendimensionale benadering. Als pastoor en gediplomeerd arbeidstherapeut heb ik gedurende mijn leven mogen ervaren hoe wezenlijk het is om mensen nabij te zijn in hun kwetsbaarheid, hun ziekte en hun verlangen naar heelheid. Een mens is immers meer dan een samenspel van biologische processen. Hij is een uniek wezen met een eigen waardigheid en een innerlijke bestemming, voortdurend op weg naar verdere menswording.

Wanneer de mens gereduceerd wordt tot een mechanisme of een verzameling meetbare processen, dreigt zijn innerlijke waardigheid uit het oog te worden verloren. Dat raakt niet alleen zijn psychische en geestelijke welzijn, maar belemmert ook zijn groei naar volle menswording in relatie tot zijn Schepper.

Vanuit deze pastorale bewogenheid volg ik met grote belangstelling de ontwikkelingen en verschuivingen die zich vandaag in onze cultuur, de wetenschap en het denken over de mens voltrekken. Juist in deze tijd blijft het van wezenlijk belang dat wij de mens blijven zien in zijn lichamelijke, psychische, geestelijke en spirituele dimensie.

1. Het vertrek van een boegbeeld: barstjes in de ivoren toren

In januari 2024 maakte prof. dr. Johan Braeckman, filosoof aan de Universiteit Gent en voormalig leermeester van vele studenten, bekend dat hij de universiteit negen jaar vóór zijn voorziene emeritaat zou verlaten. In een uitgebreid interview met Joël De Ceulaer in De Morgen lichtte hij zijn besluit toe. Een van de redenen die hij naar voren bracht, was de toenemende weerstand tegen onderzoek dat vertrekt vanuit een evolutionair perspectief. Volgens Braeckman ondervond deze invalshoek steeds meer moeilijkheden bij de beoordeling en financiering van onderzoeksprojecten.

Hij verwoordde zijn ervaring als volgt: “De weerstand tegen Darwin is alleen maar toegenomen.” Hij betreurde dat het evolutionaire en interdisciplinaire denken volgens hem aan de universiteit onvoldoende naar waarde werd geschat.

Het antwoord vanuit de Hypothetische Synthese

Dit getuigenis legt een diepere breuklijn bloot in het academische denken. Braeckman benadrukt dat het evolutionaire denken de ultimate explanation (de ultieme verklaring) biedt voor alles wat de mens typeert: van moraal en seksualiteit tot kunst en verhalen. Maar hier begaat de materialistische filosofie haar denkfout: het neodarwinisme reduceert elk “waarom” tot een kille, bewaarde mutatie voor biologisch overleven.

  • Volgens de paulijnse antropologie is de mens een dynamische eenheid van Soma (lichaam/DNA), Psiche (biologisch brein/emoties) en Pneuma (de rechtstreeks door God ingeblazen geestelijke vonk).
  • Het neodarwinisme analyseert hooguit de bouwstenen van de Psiche, maar mist het Pneuma. Waarom vertelt de mens verhalen? Omdat hij drager is van het Imago Dei — het Beeld van God — en een onuitblusbaar verlangen bezit naar de Waarheid en het Eeuwige.

Veelzeggend was ook Braeckmans verwijzing naar De rerum natura van Lucretius, waarin de epicuristische levensbeschouwing tot uitdrukking komt: een kosmos zonder goddelijke voorzienigheid of hiernamaals, waarin de mens zijn geluk zoekt in een kille wereld. Maar dringt zich dan niet de wezenlijke vraag op of die kosmos werkelijk zo onverschillig is, en of de werkelijkheid niet oneindig veel rijker en diepgaander is?

2. De ervaring van binnenuit: het getuigenis van Michaël Dekee

Een persoonlijke aanvulling op deze academische discussie vinden we in het getuigenis van Michaël Dekee, oud-student biologie aan de Universiteit Gent en auteur van De evolutietheorie ontkracht. In zijn bijdrage van 28 oktober 2026 blikt Dekee terug op zijn studententijd, waarin hij het vak filosofie van de biologie volgde bij Johan Braeckman. Dekee reageerde hoopvol op Braeckmans vaststelling dat de weerstand tegen Darwin is toegenomen (“Alvast hoopgevend!”).

Voor Dekee is deze ontwikkeling aanleiding om opnieuw kritische vragen te stellen bij de gangbare evolutionaire verklaringsmodellen. Hoewel zijn getuigenis primair een persoonlijke interpretatie vormt en geen zelfstandig wetenschappelijk bewijs tegen de evolutietheorie is, raakt het aan een cruciale vraag: kunnen wij de complexiteit van het leven en de mens werkelijk volledig begrijpen wanneer wij ons onderzoek vooraf beperken tot een materialistisch verklaringskader? Het is een vraag die ruimte verdient voor ernstig onderzoek, open debat en intellectuele bescheidenheid.

3. Voorbij het reductionisme: de geniale orde van de schepping

Wie het leven bestudeert, wordt getroffen door de indrukwekkende samenhang en complexiteit van de biologische werkelijkheid. Van de werking van een levende cel tot de informatieopslag in het DNA en de onderlinge afhankelijkheid van biologische systemen: overal ontdekken wij structuren en processen die uitnodigen tot verwondering.

De natuurwetenschap onderzoekt hoe deze processen functioneren en hoe biologische veranderingen tot stand komen. Het christelijk geloof stelt daarnaast de vraag naar de uiteindelijke oorsprong, betekenis en bestemming van de schepping. Deze vragen hoeven elkaar niet uit te sluiten. Een wetenschappelijke verklaring van natuurlijke processen hoeft immers niet automatisch een ontkenning van God te betekenen. Vanuit het geloof kan de samenhang van de natuur worden verstaan als een verwijzing naar Gods scheppende wijsheid.

De gedachte van de creatio mediata

In dit verband is het gedachtegoed van Don Guido Bortoluzzi bijzonder interessant. Zijn model probeert een verbinding te leggen tussen het Bijbelse scheppingsverhaal, de erfzonde en de biologische geschiedenis van de mens. Binnen dit model staat de gedachte van de creatio mediata (de middellijke schepping) centraal: een bijzondere goddelijke scheppingsdaad waarbij natuurlijke biologische processen en een specifieke biologische ontwikkeling (het gebruik van een bestaande biologische matrix of ancestre in de diepe geologische tijd van het Eoceen) een rol speelden bij het ontstaan van het menselijk lichaam, waarna het ontstaan van de Homo Sapiens Primus (Adam) voortvloeide uit de goddelijke Inblazing van het Pneuma.

Het is belangrijk daarbij een onderscheid te maken tussen een theologisch geïnspireerd verklaringsmodel en een wetenschappelijk algemeen aanvaarde theorie. De betekenis voor de gelovige ligt vooral in de poging om geloof en biologische mensvisie met elkaar in gesprek te brengen.

De grenzen van een uitsluitend materialistische mensvisie

Het materialisme heeft ons veel kennis opgeleverd over de lichamelijke en biologische aspecten van het bestaan. Maar wanneer het materialistische verklaringskader wordt verheven tot de enige geldige manier om de werkelijkheid te begrijpen, dreigt een belangrijke dimensie verloren te gaan. De mens is niet alleen een biologisch organisme; hij is ook een wezen dat liefheeft, hoopt, lijdt, een geweten ontwikkelt, betekenis zoekt en verlangt naar verbondenheid met het Eeuwige. Zijn waardigheid is niet afhankelijk van zijn maatschappelijke bruikbaarheid of biologische mogelijkheden, maar is onaantastbaar.

4. De christelijke hoop tegenover de vergankelijkheid

De epicuristische levensbeschouwing en de christelijke geloofsvisie verschillen fundamenteel in hun kijk op de dood en de uiteindelijke bestemming van de mens. Waar de epicuristische traditie de dood beschouwt als het definitieve einde van de persoonlijke ervaring, belijdt het christendom dat de menselijke bestemming niet ophoudt bij het sterven.

De christelijke hoop wortelt in de overtuiging dat ieder mens vanaf het allereerste begin door God gewild en gekend is. Voor mensen die geconfronteerd worden met ziekte, verlies en sterven, is dit geen abstracte gedachte, maar een diepe bron van troost: de mens is niet overgeleverd aan een onverschillig universum, maar geborgen in Gods liefde.

5. Naar een harmonieuze synthese: God de eer geven

Het kritisch onderzoeken van het materialistische wereldbeeld vraagt om een positieve, opbouwende en toekomstgerichte houding. Wat onze tijd nodig heeft, is een harmonieuze synthese waarin wetenschap en geloof elkaar niet bestrijden, maar elkaar aanvullen en wederzijds verrijken.

Verstand en wetenschap

  • Het onderzoeken van de biologische orde en complexiteit van het leven.
  • Het bestuderen van celstructuren, DNA en natuurlijke processen.
  • Het zorgvuldig toetsen van wetenschappelijke verklaringen en hypothesen.

Geloof en openbaring

  • God erkennen als oorsprong en dragende grond van al wat bestaat.
  • De mens beschouwen als een uniek schepsel, geroepen tot een persoonlijke relatie met God.
  • De geestelijke dimensie en de onschendbare waardigheid van ieder mensenleven erkennen.

De harmonieuze synthese

  • De gedachte van de creatio mediata zoals uitgewerkt in het gedachtegoed van Don Guido Bortoluzzi.
  • Een mensvisie waarin menselijke waardigheid, liefdevolle nabijheid en geestelijke ontplooiing centraal staan.
  • De spiritualiteit van de Kleine Weg, waarin eenvoud, nederigheid en liefdevolle trouw gestalte krijgen.

Herstel van de menselijke waardigheid

Wanneer de mens niet langer uitsluitend vanuit een biologisch of materialistisch perspectief wordt benaderd, ontstaat opnieuw ruimte om zijn volledige waardigheid te erkennen. In de gezondheidszorg, de therapie en het pastoraat mogen wij daarom blijven getuigen van het bijzondere karakter van ieder mensenleven. Tegenover een wereldbeeld waarin de kosmos als onverschillig en doelloos wordt beschouwd, stellen wij de christelijke overtuiging dat het menselijk bestaan gedragen wordt door Gods liefde en genade.

Conclusie: de mens opnieuw in zijn volle waardigheid erkennen

Het vertrek van een prominente figuur als Johan Braeckman uit de Universiteit Gent heeft een discussie zichtbaar gemaakt over de plaats van het evolutionaire denken binnen de academische wereld. Zijn getuigenis, samen met de reactie van oud-biologiestudent Michaël Dekee, nodigt uit om kritisch na te denken over de verhouding tussen wetenschap, materialisme en levensbeschouwing.

De inzichten van Don Guido Bortoluzzi bieden een waardevol aanknopingspunt om deze vragen verder te verkennen. Zij herinneren ons eraan dat de mens niet los kan worden gezien van zijn oorsprong, zijn relaties, zijn geestelijke dimensie en zijn verlangen naar heelheid.

Laten wij daarom, steeds op zoek naar verdieping, deze ruimte met overtuiging en hoop tegemoet treden. Niet vanuit een geest van strijd of polemiek, maar vanuit de vreugde God de eer te geven voor de wonderbare, geniale en liefdevolle orde van Zijn schepping. Een schepping waarin de mens, vanaf de allereerste oorsprong van het leven op cellulair niveau tot aan zijn eeuwige bestemming, een unieke plaats en een onschatbare waardigheid inneemt.

Voetnoten en bronnen

1. Johan Braeckman – interview in De Morgen, 13 januari 2024. Joël De Ceulaer, Filosoof Johan Braeckman, opvolger van wijlen Etienne Vermeersch, stopt op negen jaar van zijn emeritaat. Het interview is ook gepubliceerd op de website van Etienne Vermeersch. Lees het volledige interview .

2. Michaël Dekee – getuigenis, 28 oktober 2026. In 2024 vertrok filosoof Johan Braeckman uit de UGent: ‘De weerstand tegen Darwin is alleen maar toegenomen’. Lees de bijdrage van Dekee .

3. Don Guido Bortoluzzi – biologisch en theologisch model. Documentatie over de Genetische Ontologische Resonantie (GOR), de creatio mediata en de visie op de biologische oorsprong van de mens. Het Guido Bortoluzzi Model . Zie ook de verdere uitwerking van de biologische hypothese.