Pastoor Van Hooff van de Weebosch: een klapstoeltje in de Hemel

Een pastoor met een missie op IJsland

In 1995 verscheen in het Katholiek Nieuwsblad een artikel van Yvonne Koopman-Snep over pastoor Van Hooff, die vanuit de Brabantse parochie Bergeijk-Weebosch naar IJsland was vertrokken om daar als missionaris te werken. Het artikel droeg de bijzondere titel: ‘Gewenste woonruimte: een klapstoeltje in de Hemel’.

Pastoor Van Hooff had in Weebosch de zorg voor ongeveer achthonderd parochianen. Toch voelde hij zich geroepen om zijn werkterrein te verleggen naar het verre noorden. De bisschop van Reykjavik, die zelf uit Nederland afkomstig was, had hem gevraagd om als zielzorger in IJsland aan de slag te gaan. Van Hooff vroeg zijn eigen bisschop toestemming voor deze nieuwe opdracht en vertrok naar een land waar de katholieke gemeenschap bijzonder klein was.

Zijn werk was niet eenvoudig. IJsland kende uitgestrekte, dunbevolkte gebieden, lange reisafstanden en winters waarin sneeuw en storm het dagelijks leven bepaalden. Toch bleef Van Hooff zich inzetten voor de katholieke gelovigen die verspreid over het eiland woonden.

Een priester tussen sneeuw en storm

Voor een doop of een andere pastorale taak moest Van Hooff soms honderden kilometers afleggen. Hij reisde meestal met een assistent en kwam onderweg geregeld in moeilijkheden.

In een brief beschreef hij hoe zijn auto al na een halfuur rijden vast kwam te zitten tegen een besneeuwde helling. Met een schop probeerden ze de sneeuw te verwijderen. Ze reden achteruit, probeerden opnieuw vooruit te komen en groeven zich telkens weer een stukje verder. Na een uur waren ze nauwelijks tien meter opgeschoten.

Uiteindelijk bood een jeep met grote wielen en sneeuwkettingen uitkomst. De reis kon worden voortgezet, zij het langzaam en met weinig zicht. Vijf kilometer voor Akureyri kregen ze bovendien nog een lekke band.

Van Hooff kon over dergelijke gebeurtenissen met humor vertellen. Tegenover vrienden relativeerde hij de gevaren van zijn werk: hij was een paar keer op het ijs gevallen, maar had geluk gehad. Zijn hoofd, oren en neus zaten er allemaal nog aan.

Niet iedereen kwam zo goed door de stormen heen. Een boer zag tijdens een zware storm zijn eendenkooi door de lucht vliegen. Van de eenden bleef uiteindelijk weinig over, behalve enkele zwaar gehavende dieren die nog geschikt waren voor de soep.

Achter deze anekdotes ging een leven schuil waarin reizen, improviseren en volhouden onmisbaar waren. Voor Van Hooff hoorde dit alles bij zijn pastorale opdracht.

Bruggen tussen katholieken en lutheranen

Hoewel de katholieke gemeenschap op IJsland klein was, wist Van Hooff ook contact te leggen met gelovigen buiten zijn eigen kerk. Uit zijn brieven blijkt dat hij goede betrekkingen onderhield met verschillende dominees.

In september 1983 reisde hij naar Arnes om een katholiek te bezoeken. Na anderhalve dag onderweg te zijn geweest, bereikten hij en zijn reisgenoot het gebied. De laatste vijf uur waren ze door een vrijwel onbewoond landschap gereden. Het maakte hem verdrietig om zoveel verlaten huizen te zien.

De katholieke gelovige bleek inmiddels naar Reykjavik te zijn verhuisd. Daarom brachten de bezoekers een bezoek aan de plaatselijke dominee. Deze stelde het bijzonder op prijs dat Van Hooff in zijn kerkje de Heilige Mis opdroeg. Het was de eerste katholieke mis daar sinds de Reformatie. De dominee begeleidde de viering zelf op het orgel.

Ook elders kon Van Hooff in lutherse kerkjes de mis lezen. Sommige van deze kerken waren gebouwd op plaatsen waar vroeger katholieke kerken of kloosters hadden gestaan.

In een brief uit 1983 herinnerde hij aan de katholieke priester Hakon Loftsson, die zes jaar eerder was overleden. Zijn graf lag op het kerkhof van de lutherse kerk in Munkapvera, op een plaats waar vóór de Reformatie een klooster had gestaan.

De geschiedenis van het katholieke geloof was op IJsland dus nog altijd zichtbaar, ook al was de kerk er eeuwenlang sterk teruggedrongen.

Zorg voor mensen ver buiten IJsland

Van Hooff beperkte zijn belangstelling niet tot de kleine katholieke gemeenschap op het eiland. Ook missionarissen en mensen in andere delen van de wereld konden op zijn steun rekenen.

Na een ontmoeting met een jonge Engelse missionaris die naar Zimbabwe was vertrokken, begon hij goederen te verzamelen voor missiegebieden. Het ging om kleding, gereedschap en huishoudelijke artikelen. Met hulp van anderen werden grote hoeveelheden goederen in containers naar Polen en Afrika verzonden.

In zijn brieven beschreef hij hoe de opslagruimte van de zusters vol kwam te staan met gebruikte kleding. Er waren al duizenden kilo’s verzonden, maar door geldgebrek bleven nieuwe partijen liggen.

In december 1990 meldde hij dat twee containers van elk zesduizend kilo naar Polen en een arm gebied in Zimbabwe waren gestuurd. Voor Kerstmis hoopte hij nog eens zesduizend kilo goederen te kunnen verzenden naar vluchtelingen uit Rwanda die in Oeganda onderdak hadden gezocht.

Zijn inzet laat zien dat zijn missionaire werk veel verder reikte dan zijn eigen parochie. Hij zag de noden van mensen elders in de wereld en probeerde daar, binnen zijn mogelijkheden, iets aan te doen.

Een nieuwe kerk in Hafnarfjördur

In 1985 verhuisde Van Hooff naar Hafnarfjördur, ten zuiden van Reykjavik, in de nabijheid van het klooster van de Poolse karmelietessen. Ook daar bleef hij zich inzetten voor de katholieke gemeenschap.

Eind 1993 schreef hij dat een nieuwe kerk in Hafnarfjördur was ingewijd. De kerk was toegewijd aan de heilige Jozef. Daarmee kreeg de katholieke gemeenschap een nieuwe plaats voor gebed en samenkomst.

Van Hooff beschreef de kerk als een aanvulling op de andere katholieke kerken op IJsland. De kathedraal was toegewijd aan Christus Koning en een kerk in de wijk Breidholt in Reykjavik aan Onze-Lieve-Vrouw. Met de kerk van Sint-Jozef was de heilige familie volgens hem nu als geheel vertegenwoordigd.

Ook het religieuze leven van het klooster bleef hem bezighouden. Hij berichtte regelmatig over nieuwe intredingen en geloften. Zo bleef hij niet alleen actief in de zielzorg, maar ook betrokken bij de groei en ontwikkeling van de katholieke gemeenschap.

Een bezoek aan Israël

In 1992 vierde pastoor Van Hooff zijn vijftigjarig priesterfeest. Na zoveel jaren priesterschap werd zijn gezondheid echter kwetsbaarder.

Tijdens een project in Israël in mei 1995 werd hij onwel. Hij voelde dat zijn einde naderde. Op 4 mei 1995 overleed hij in een ziekenhuis in Jeruzalem.

Op zijn eigen verzoek werd hij in IJsland begraven. Het was het land waar hij ruim vijftien jaar van zijn leven had doorgebracht en waar hij zijn missionaire roeping had kunnen vervullen.

Een klapstoeltje in de hemel

De titel van het oorspronkelijke krantenartikel, ‘Gewenste woonruimte: een klapstoeltje in de Hemel’, verwoordt op treffende wijze de eenvoud die bij zijn levenshouding past. Zijn leven stond in het teken van dienstbaarheid: aan de parochianen van Weebosch, aan de kleine katholieke gemeenschap in IJsland, aan andere kerken en aan mensen in nood ver buiten zijn directe omgeving.

Hij werkte in een land waar afstanden groot waren, het weer onvoorspelbaar kon zijn en de katholieke gemeenschap slechts een klein deel van de bevolking vormde. Toch bleef hij reizen, bouwen, organiseren en anderen helpen.

Pastoor Van Hooff liet daarmee een herinnering na aan een priester die zijn roeping niet beperkte tot één plaats of één gemeenschap. Zijn missie bracht hem van Bergeijk-Weebosch naar het verre IJsland en verbond hem met mensen in verschillende delen van de wereld.

De herinnering aan zijn leven blijft verbonden met zijn geloof, zijn doorzettingsvermogen en zijn bereidheid om zich voor anderen in te zetten. Misschien is dat wel de diepste betekenis van dat eenvoudige klapstoeltje in de hemel: geen grootse aanspraak op eer of aanzien, maar de hoop op een plaats bij God, na een leven dat in dienst stond van anderen.

Lees hier verder: https://verdrukking.tips/2017/09/16/pastoor-van-hooff-van-bergeijk-weebosch-een-klapstoeltje-in-de-hemel