Selectie uit de Profetieën en Openbaringen van de Heilige Birgitta van Zweden – Boek 1 Hoofdstuk 2 t/m 4

HeiligeBirgittavanZweden

2015

Heilige Birgitta van Zweden, Co-Patrones van Europa


De woorden van onze Heer Jezus Christus tot de dochter, die Hij tot bruid heeft verkozen, aangaande de inzettingen van het ware geloof, en over de kwaliteiten en voornemens die de bruid jegens de bruidegom moet hebben.

Boek 1 – Hoofdstuk 2

Ik ben de Schepper van de hemel, de aarde en de zee en van alles wat zich hierin bevindt. Ik ben één met de Vader en de Heilige Geest, niet als een god van steen of goud zoals mensen ooit zeiden, en ben niet ver­schillende goden zoals mensen toen dachten, maar de Ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest, drie personen maar één in de goddelijke natuur, de Schepper van alles, maar die door niemand is gemaakt, onveranderlijk en al­machtig, be­staande zonder enig begin of eind.

Ik ben Hem die zonder verlies van zijn goddelijkheid uit de Maagd werd geboren, maar verenigd werd met het mens-zijn, zodat Ik in een (mense­lijke) persoon de ware Zoon van God en de zoon van de Maagd kan zijn. Ik ben het die aan het kruis hing, stierf en werd begraven terwijl mijn goddelijkheid intact bleef. Alhoewel Ik in menselijke gestalte en in het vlees stierf dat Ik de enige Zoon had aangenomen, leefde Ik toch door in de goddelijke natuur waarin Ik één God was samen met de Vader en de Heilige Geest.

Ik ben dezelfde man die uit de dood is opgestaan en ten hemel is op­gestegen die nu door mijn geest met je spreekt. Ik heb je gekozen en tot bruid genomen om je zo mijn geheimen te laten zien, omdat het Mij behaagt dit te doen. Je bent ook met recht de mijne geworden, daar je je wil hebt overgegeven aan Mij toen je echtgenoot overleed. Na zijn dood, heb je nagedacht en gebeden hoe je arm kon worden omwille van Mij en wilde je alles voor Mij opgeven. Dus heb Ik een terechte aanspraak op je. In ruil voor deze grote liefde van jou past het gewoon dat Ik voor je zorg. Daarom neem Ik jou tot mijn bruid om met jou dat geestelijk genot te smaken, het soort dat geschikt is voor God en een kuise ziel.

Het past de bruid gereed te zijn zodra de bruidegom beslist te gaan trouwen, zodat ze netjes gekleed en rein kan zijn. Je wordt rein als je je zonden steeds indachtig bent: hoe Ik je door het doopsel van Adams zon­de reinigde en hoe vaak Ik je heb gesteund en heb behouden toen je in zonde verviel; hoe Ik dikwijls lankmoedig en geduldig met je ben geweest als je zondigde. De bruid moet ook de tekenen van de bruide­gom op haar borst dragen, Ik bedoel, je moet de gunsten en voordelen in gedachten houden die Ik voor je heb verkregen, zoals hoe edel Ik je ge­schapen heb door je een lichaam en ziel te geven, hoe Ik je met gunst­bewijzen over­laden heb door je gezondheid en aardse goederen te schen­ken, hoe teder en liefdevol Ik je heb gered toen Ik voor je stierf en je het koninkrijk der hemelen weer als erfdeel gaf, indien je dat wilt aanvaarden. De bruid moet ook de wil van haar bruidegom vervullen. Wat is mijn wens anders dan dat je Mij liefhebt boven alle dingen en niets anders wenst dan Mij?

Ik schiep alles ter wille van de mens en maakte alles aan hem on­derdanig. Toch heeft hij alles lief behalve Mij en haat hij niets behalve Mij. Ik heb zijn erfenis, die hij verloren had, teruggekocht, maar hij is zo vervreemd geraakt en onverstandig dat hij liever de vergankelijke eer – die niets anders is dan het schuim der zee, dat het ene moment opstijgt als een berg maar terstond verdwijnt en vervliegt – boven de eeuwige glorie verkiest waarin het eeuwige goed is. Daarom mijn bruid, indien je buiten Mij niets anders begeert en alles ter wille van Mij veracht, niet slechts kinderen en familieleden alsook rijkdom en eer, zal Ik je het kost­baarste en heerlijkste loon schenken.

Ik zal je als loon geen goud of zilver geven, maar Mijzelf als uw bruide­gom, die de koning van de glorie is. Als je je schaamt om arm en ver­smaad te zijn, bedenk dan hoe jouw God je voorging toen zijn die­naren en vrienden Hem van de aarde verbannen hebben, want Ik zocht geen vrien­den op aarde maar vrienden in de hemel.

Als je bevreesd en bang bent voor de last van arbeid en ziekte be­denk dan hoe pijnlijk het is om in het vuur te branden. Wat zou je verdie­nen als je een aardse meester zoals Mij beledigt? Want, hoewel Ik je met heel mijn hart bemin, zou Ik toch in geen enkel opzicht onrecht­vaardig zijn in­dien Ik het gehele lichaam liet boeten voor wat het lichaam in al zijn leden misdreven had. Maar vanwege je goede wil en vastbera­den­heid je leven te beteren zet Ik mijn oordeel om in een van genade en scheld Ik je de zware straf kwijt op grond van een geringe verbetering. Omhels der­halve je kleine problemen zodat je gereinigd kunt zijn van zonden en je de grotere beloning sneller zult bereiken. Het is goed voor de bruid om samen met de bruidegom te zwoegen zodat zij met des te meer vertrou­wen met hem mag uitrusten.


De woorden van onze Heer Jezus Christus tot zijn bruid in zijn onderricht over de liefde en de eer tot Hem, de bruidegom, en over de haat van de goddelozen tegenover God en over hun liefde tot het wereldse.

Boek 1 – Hoofdstuk 3

Ik ben uw God en Heer, diegeen die u aanbidt. Ik ben het die de hemel en aarde door mijn macht in stand houdt. Ze worden door niets anders of pijlers in stand gehouden. Ik ben het die in de vorm van het dagelijks brood op het altaar als ware God en ware mens wordt opgeof­ferd. Ik ben diegeen die jou heeft verkozen. Eer mijn Vader! Bemin Mij! Gehoorzaam mijn Geest! Onderwerp je aan mijn Moeder als jouw meeste­res! Eer al mijn heiligen! Houd het ware geloof, u door hem aangeleerd die in zichzelf het conflict tussen de twee geesten heeft ervaren, de geest van leugen en de geest van waarheid, en die met mijn hulp heeft geze­ge­vierd. Behoud ware nederigheid! Wat is ware nederig­heid als je God niet prijst voor de goede dingen die Hij ons geschonken heeft?

Tegenwoordig echter zijn er veel mensen die Mij haten en mijn da­den en mijn woorden als pijnlijk en leeg beschouwen. Ze verwelkomen het over­spel, de duivel, met open armen, en ze houden van hem. En als ze iets voor Mij doen, doen ze dat sputterend en met wrok. Als het niet uit angst voor andermans mening was zouden ze mijn naam niet veinzen (in de tijd toen iedereen Christen was). Ze hebben zo’n oprechte liefde voor de ge­neugten van de wereld dat zij nooit moe worden om er dag en nacht voor te werken en dat is hetgeen waarvoor ze van liefde branden. Hun diensten zijn Mij net zoveel waard als van iemand die zijn vijand geld geeft om zijn eigen zoon te laten vermoorden.

Dit is wat ze doen. Ze geven Mij wat aalmoezen en eren Mij met de lippen om zo werelds succes te boeken en toch in zonde te blijven. De goede geest in hen wordt aldus belem­merd om in deugd te groeien. Als je van Mij wilt houden met heel je hart en niks anders dan Mij wenst, zal Ik je door banden van liefde naar Mij toetrekken, net als de magneet het ijzer naar zich toetrekt. Ik zal je op mijn arm leggen die zo sterk is dat nie­mand hem kan uitstrekken en zo stug dat eenmaal uitge­strekt nie­mand die zal kunnen terugbuigen. Het is zo zoet dat het elke geur over­stijgt waarbij de ge­neugten van deze wereld onvergelijkbaar zijn.


 De woorden van onze Heer Jezus Christus tot zijn bruid over hoe zij zich geen zorgen hoeft te maken of te denken dat de dingen die haar worden geopenbaard afkomstig zijn van een boze geest, en over het herkennen van een goede of een boze geest.

Boek 1 – Hoofdstuk 4

Ik ben uw Schepper en Verlosser: Waarom vreesde je mijn woorden? Waarom vroeg je je af of ze uit een goede of boze geest kwa­men? Vertel Mij, heb je iets in mijn woorden gevonden dat tegen je geweten inging? Of heb Ik je iets bevolen dat onredelijk was?

Hierop antwoordde de bruid: ‘Nee integendeel, ze zijn allemaal waar en ik heb me zwaar vergist.’

De Heilige Geest antwoordde:

Ik heb je drie dingen opgedragen. Daaruit kon je de goede geest herkennen. Ik beval je jouw God te eren die jou gemaakt heeft en alles gegeven heeft wat je bezit. Dat je Hem boven alles moet eren geeft je verstand aan. Ik beval je ook het ware geloof te bewaren, dat is, te geloven dat er niets zonder God is gemaakt en dat niets zonder Hem kan worden gedaan. Tevens heb ik bevolen in alles een ingetogen matig­heid na te streven; de wereld is ge­maakt voor men­selijk gebruik maar de mensen moeten het in overeenstem­ming met hun be­hoeftes ge­bruiken.

Je kunt de onreine geest ook uit drie andere dingen kennen die zich tegen je keren. Hij verleidt je om eigen roem te zoeken en trots te zijn op de dingen die je gekregen hebt. Hij verleidt je om het geloof steeds in twijfel te trekken. Ook tracht hij je tot on­zuiverheid in heel je lichaam en wat dan ook te brengen, en hij laat je hart daarvoor bran­den. Soms ook be­driegt hij de mensen onder het mom van het goede. Dit is waarom Ik je aanraad altijd je geweten te onderzoeken en je overleggingen aan wijze geestelijke leids­mannen voor te leggen.

Twijfel er daarom niet aan dat Gods goede geest met jou is, want ik zie dat je niets anders dan God verlangt en dat je volledig voor zijn liefde in vuur en vlam staat. Dat kan alleen Ik doen, en daar­door kan de duivel jou onmogelijk inpalmen. Hij kan alleen slechte mensen aansturen en dan in­dien Ik het toelaat, hetzij door hun zonden of een geheim raadsbesluit dat alleen Ik ken, daar hij net als al die anderen mijn schepsel is en vanuit mijn goedheid geschapen werd. Ook al werd hij door eigen schuld slecht, Ik ben zijn Heer.

Daarom, ze hebben Mij ten onrechte be­schuldigd als ze zeggen dat de mensen die Mij met grote toewijding volgen krankzinnig zijn en door de duivel bezeten.

Ze maken Mij uit voor een man die de kuisheid van zijn op hem ver­trouwende vrouw aan een echtbreker blootstelt. Zo iemand zou ik zijn als Ik een rechtvaardige, die vol liefde voor Mij is, aan de duivel overlever. Echter, omdat Ik trouw ben, zal geen boze geest ooit controle krijgen over een ziel van een van mijn toegewijde dienaars.

Als sommige van mijn vrien­den welhaast gek lijken, is dat niet om­dat ze onder de duivel te lijden hebben of omdat ze Mij met vurige toewij­ding dienen. Dat is eerder te wijten aan een fout in de hersens of een of andere verborgen oorzaak dat wordt toegelaten om desbetreffende tot nederigheid te brengen.

Soms gebeurt het dat de duivel macht van Mij krijgt over de organen van goede mensen opdat Ik hen later een grotere beloning kan geven, of dat hij hun geweten verduistert. Blijft staan dat hij nooit over zie­len kan heersen die hun geloof in Mij en hun liefde tot Mij voorop stel­len.


(wordt hier vervolgd)


 

 

 

Selectie uit de Profetieën en Openbaringen van de Heilige Birgitta van Zweden – Boek 1 Hoofdstuk 1

Selectie uit de Profetieën en

Openbaringen van de Heilige Birgitta

van Zweden

HeiligeBirgittavanZweden

2015

Heilige Birgitta van Zweden, Co-Patrones van Europa


Apostolische brief “Spes ædificandi” van Paus Johannes-Paulus II

1 oktober 1999 – Libreria Editrice Vaticana

Het Christelijk geloof heeft de cultuur van het Europese continent ge­vormd. Ze werd op een onontwarbare wijze met haar geschiedenis ver­weven zodat die onbegrijpelijk zou zijn zonder verwijzing naar de gebeur­tenissen die de grote beginperiode van evangelisatie hebben geken­merkt. Na dat eerste begin volgden lange eeuwen gedurende welke het Chris­tendom, on­danks het pijnlijke schisma tussen Oost en West, zich als de religie van de Europeanen heeft ingenesteld.

De weg naar de toekomst kan zich niet aan dit feit onttrekken. De Christenen worden opgeroepen zich daar bewust van te zijn en zijn per­ma­nente potentieel aan te boren. Ze hebben de plicht om aan de op­bouw van Europa een specifieke bijdrage te leveren die in zijn werking even waardevol kan zijn als een vernieuwing in het kader van het Evan­gelie. Zij zullen zich dan in de lange ge­schiedenis van heiligheid kunnen voegen die zich in de di­verse regio’s van Europa tweeduizend jaar lang heeft kunnen ont­vouwen. De officieel erkende hei­ligen zijn daarin slechts waargenomen bergtoppen, die voor allen als voorbeeld dienen, want er zijn ontel­bare Christenen die door een oprecht en eerlijk leven, gedreven door de liefde voor God en zijn naaste – en dat binnen een grote diversiteit aan ge­wijde- en leken­roepingen – een ware en universele heiligheid hebben be­reikt, zelfs als die aan ons zicht onttrokken was. De Kerk twijfelt er niet aan dat het juist deze schat van heiligheid is die het geheim van zijn verleden vormt en hoop voor zijn toekomst geeft.

Ik heb naast Benedictus twee heiligen uit het eerste millennium tot medepatronen van Europa verklaard, en wel de ge­broeders Cyrillus en Methodius, gekend als pioniers van de evangelisatie van het Oos­ten. Om dit te vervol­maken, heb ik gemeend de stoet van hemelse patronen aan te vullen met drie personen, die tevens symbool staan voor de cruciale mo­menten van het tweede millennium dat thans aan zijn eind komt: de Heilige Birgitta van Zwe­den, de Heilige Catharina van Siënna en de Hei­lige Teresa Benedikta van het Kruis. Drie grote heiligen, drie vrouwen, die in verschillende tijd­perken – twee in het hart der Middeleeuwen en één uit onze eeuw – door hun actieve liefde voor de Kerk van Christus zijn op­gevallen alsmede het ge­tuigenis dat ze van zijn Kruis gaven.


 

Informatie over de Heilige Birgitta

De Heilige Birgitta van Zweden (†1373) werd reeds minder dan twin­tig jaar na haar dood door Paus Bonifatius IX heilig verklaard, wat door Paus Marti­nus V in 1415 bevestigd werd, ten tijde van het Concilie van Con­stan­tinopel.

Aan de openbaringen werd al snel een uitzonderlijk hoge mate van authenticiteit, autoriteit en be­lang­rijkheid toegekend. Paus Gregorius XI (1370-1378) beaamde en be­ves­tigde ze en heeft er een zeer positief oor­deel over uitgesproken. Zo deed ook Boni­fa­tius IX (1389-1404) in het pauselijke document “Ab origine mundi”. Later werden ze ter bestudering aan het Con­cilie van Constantinopel (1414-1418) voorgelegd en nogmaals aan het Concilie van Basel (1431-1449). Beide oordeelden dat ze in over­eenstemming waren met het Katholieke geloof. Een menigte hoog aan­geschreven theologen hebben de openbaringen sterk aanbevolen, waar­onder Kardinaal Juan de Torquemada (1388-1468) en Jean Gerson (1363-1429), die kanselier was van de universiteit van Parijs, die beiden uit­blinkten door hun theologie.

God zegene u bij het lezen van deze hier voor u liggende open­ba­ringen.


De woorden van onze Heer Jezus Christus tot zijn uitverkorene en van ganser harte geliefde bruid, uitleg gevend over zijn volmaakte Incarnatie,
het oordeel over de goddeloze schending van ons geloof en doopsel,
het verzoek aan zijn geliefde bruid Hem lief te hebben.

 

Boek 1 – Hoofdstuk 1

Ik ben de Schepper van hemel en aarde, één in goddelijkheid met de Vader en de Heilige Geest. Ik ben het die sprak tot de profeten en de aartsvaders, degene op wie zij wachtten. Omwille van hun verlangen en in overeenstemming met mijn belofte heb Ik vlees aangenomen zonder zon­de en zonder wellust, het lichaam van de Maagd binnengaand zoals de zon door het helderste kristal schijnt. De zon brengt door het binnengaan geen schade aan het glas, noch ging de maagdelijkheid van de Maagd verloren toen Ik mijn menselijke natuur aannam. Ik nam het vlees aan, maar zonder mijn Goddelijkheid in te leveren. Ik was niet minder God, alle dingen met de Vader en de Heilige Geest besturend en vullend, alhoe­wel Ik met mijn menselijke natuur in de schoot van de Maagd was. Hel­derheid is nooit gescheiden van de vlam noch was mijn Goddelijkheid ooit gescheiden van mijn menselijkheid, zelfs niet in de dood. Vervolgens heb Ik gewild om mijn zuiver en zondeloos lichaam van mijn voet tot aan de kruin van mijn hoofd te laten verwonden voor de zonden van alle men­sen, en te worden opgehangen aan het kruis. Het wordt nu elke dag geof­ferd op het altaar zodat de mensen meer van Mij kunnen houden en mijn gun­sten vaker herinneren. Maar nu ben Ik totaal vergeten, ver­waarloosd en geminacht, net als een koning die uit zijn eigen konink­rijk is verstoten in wiens plaats een boze dief is gekozen en vereerd. Ik wilde mijn konink­rijk binnenin de menselijke persoon laten zijn. Door zuiverheid zou Ik over de mens koning en heer zijn omdat Ik hem gemaakt en vrijgekocht heb. Nu echter heeft hij de belofte gebroken hij Mij bij het doopsel heeft gedaan en is zijn geloof geschonden. Hij heeft de wetten die Ik hem heb voorgehou­den overtreden en verworpen. Hij houdt van zijn eigen wil en spottend wei­gert hij naar Mij te luisteren. Bovendien verheft hij de meest kwaad­aar­dige dief, de duivel, boven Mij en zweert hem trouw. De duivel is werke­lijk een dief omdat hij door kwade verleidingen en valse beloften de menselijke ziel, die Ik met mijn eigen bloed heb vrijge­kocht, voor zichzelf steelt. Het is niet als zou hij krachtiger zijn dan Ik dat hij in staat is dat te stelen, want Ik ben zo machtig dat Ik alle dingen kan doen door een enkel woord, en Ik ben nu eenmaal zo dat Ik daar niet het min­ste onrecht mee doe, zelfs indien alle heiligen Mij zou­den vragen dat te doen.

Maar aangezien de mens, die een vrije wil heeft gekregen, vrijwillig mijn geboden bespot en instemt met de duivel, dan is dat alleen ter wille van het ondergaan van de duivelse tirannie. De duivel is vanuit mijn goed­heid gecreëerd, maar viel door zijn eigen kwade wil en is als het ware mijn die­naar geworden ten behoeve van het teweegbrengen van straffen voor de god­delozen. Hoewel Ik nu zo veracht ben, ben Ik echter nog zo barm­hartig dat Ik allen die om barmhartigheid vragen en zich nederig opstel­len, zijn zonden zal vergeven en bevrijden van de kwade dief. Ik zal echter mijn gerechtigheid doen gelden jegens hen die Mij blijven min­achten. Als men ervan hoort zal men huiveren en zij die het ondergaan zullen zeggen: ‘Oh, wat spijt het ons toch dat we ooit de verheven Heer tot toorn hebben uitgedaagd!’ Maar jij, mijn dochter, die Ik heb verkozen voor Mijzelf en met wie Ik spreek door de geest, hou van Mij met heel je hart, niet zoals je van je zoon of dochter of familie houdt, maar meer dan wat ook ter wereld! Ik heb jou geschapen en geen van mijn ledematen gespaard in het lijden voor jou. En toch hou Ik zoveel van je ziel dat als het mogelijk was Ik mijzelf liever weer aan het Kruis zou laten nagelen dan dat Ik jou zou verliezen. Imiteer mijn nederigheid: Ik, die de koning van de glorie en de engelen ben, was in lompen gekleed en stond naakt op de pijler terwijl mijn oren allerlei beledigingen en spot hoorden. Maak mijn wil de jouwe, omdat mijn moeder, jouw vrouwe, van het begin tot het einde, nooit iets anders heeft gewild dan wat Ik wilde. Als je dit doet zal je hart met mijn hart zijn, en het zal door mijn liefde op dezelfde wijze branden als al die droge dingen die makkelijk vuur en vlam vatten.

Je ziel zal worden gevuld met Mij en Ik zal in je zijn, en alle tijdelijke dingen zullen voor jou bitter worden en alle vleselijke wensen als gif. Je zult rusten in mijn goddelijke armen waar geen vleselijke lust als gif is, slechts vreugde en geestelijk genot. Op die plaats zal de ziel zowel van binnen als bui­ten verheugd zijn en vol vreugde, aan niks anders denkend en wen­send dan de vreugde die het heeft. Houd dus alleen van Mij en je zult alle dingen hebben die je begeert en je zult ze in overvloed hebben. Staat niet geschreven volgens de woorden van de profeet dat de (olijf)olie van de weduwe niet ontbrak tot aan de dag dat de Heer regen naar de aarde zond? Ik ben de ware profeet. Als je mijn woorden gelooft en uit­voert, zal jouw olie, vreugde en gejubel tot in eeuwigheid nooit verstek laten gaan.

(wordt hier vervolgd)