Oktobermaand, Mariamaand; een woordje over Maria

Een woordje over Maria

Alles over Maria is belangrijk, maar óók heel belangrijk is dat zij de titel heeft: ‘Maria, Moeder van God’. Deze titel dateert van het jaar 431 na Christus. Op het oecumenisch concilie van Efeze was bepaald dat Maria moeder van God (theotokos in het Grieks) kon worden genoemd, en niet alleen moeder van Christus (christotokos), zoals de theoloog Nestorius ten onrechte beweerde.

Daar zat de volgende foutieve redenering achter. Als mens kan Maria niet de oorsprong zijn van een goddelijke persoon. Alleen goden en godinnen kunnen andere goden maken. Maar Maria is de moeder van Jezus. En Hij is niet geboren in onderdelen, die na zijn geboorte als legostenen in elkaar gezet moesten worden. Eén goddelijke persoon leefde negen maanden lang in Maria’s schoot en één goddelijke persoon kwam via de geboorte op aarde. En ook al heeft Maria Jezus niet Zijn goddelijke natuur gegeven, ze droeg wel de tweede persoon van de heilige Drie-eenheid in haar schoot, en die ene persoon is op kerstdag geboren: heel, volledig en intact. Dus ook al was zij schepsel en niet de Schepper, ze kan toch de moeder van God worden genoemd, omdat ze de Zoon van God heeft gebaard en omdat ze de moeder van de Zoon van God is.

Je kunt deze opvatting misschien ook begrijpen door eens naar je eigen moeder te kijken. Je moeder heeft je niet je onsterfelijke ziel gegeven. Die heb je van God. Ze gaf je vijftig procent van je genetische samenstelling, maar ze had je vader nodig voor de andere vijftig procent; en ze hadden samen God nodig om je een ziel te geven. Maar stuur je haar op Moederdag een kaartje met de tekst: `Aan de vrouw die me de helft van mijn genetische code heeft gegeven’? Of ga je haar vertellen dat ze je geen ziel heeft gegeven, maar alleen een lichaam en dat ze daarom slechts voor de helft je moeder is? Dat doen wij natuurlijk niet. Puur verstandelijk gezien heeft je moeder je alleen maar vijftig procent van je DNA gegeven, maar ze heeft wel jou op de wereld gezet. Ze heeft een hele en volledige persoon gebaard, en geen twee delen. Je lichaam en ziel zijn bij de verwekking verenigd. Eén persoon groeide daaruit en leefde in de moederschoot, een hele en volledige persoon werd eruit geboren.

En zo is het ook met Jezus, die uit Maria werd geboren: één goddelijke Persoon met een goddelijke en een menselijke natuur. Maria is niet de Moeder van een van de onderdelen, nee, zij is de Moeder van de gehele Persoon. De Bijbel onderschrijft deze logica. Toen Maria nog maar een paar dagen zwanger was van Jezus, ging ze op bezoek bij haar nicht Elisabeth, die zes maanden zwanger was van Johannes de Doper. Elisabeth begroette Maria: “Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?” (Lucas 1:43). Elisabeth gebruikte het woord ‘Heer’, dat ook werd gebruikt om naar God te verwijzen: de Heer God, Adonai Elohim in het Hebreeuws. Elisabeth noemde Maria “de moeder van de Heer” en de Heer is God. Maria is de moeder van God, omdat zij de moeder van de Heer is. Het betekent natuurlijk niet dat Maria goddelijk was, dat ze een godin was of goddelijke kenmerken had.

Ik hoop, dat wij deze hemelse Moeder, onze hemelse Moeder, allemaal vereren, bijzonder in deze oktobermaand. Wij hebben haar nodig. Niemand heeft meer invloed bij God dan zij. Zij is de machtigste voorspreekster, die er bestaat. Zijn wij haar vrienden en vriendinnen door tot haar te bidden en te zingen, maar vooral door haar manier van leven na te volgen.

Danken wij God voor deze zeer bijzondere hemelse Moeder.

Door pastoor F. Domen, www.preken.be

Toewijding aan Maria

Katholieke-leken-nemen-het-woord:

Maximiliaan Maria Kolbe: “Onbevlekte Koningin van hemel en aarde, toevlucht der zondaars en mijn liefdevolle Moeder, aan wie God de beschikking over de barmhartigheid heeft toevertrouwd.  Als een arme zondaar werp ik mij voor Uw voeten neer.  Ik smeek U nederig, heel mijn wezen te aanvaarden als Uw bezit, en in mij, mijn ziel, mijn lichaam, in heel mijn leven, in mijn dood en mijn eeuwigheid te handelen zoals het U behaagt.  Doe met mij wat U wil, om te verwezenlijken wat van U geschreven staat: “Zij zal de kop van de slang verpletteren”, en “Door U zijn alle ketterijen in de wereld overwonnen”. Moge ik in Uw zuivere en barmhartige handen een gewillig werktuig van Uw liefde worden om U bij de vele lauwe en afgedwaalde zielen bekend en bemind te maken en zo het aantal te vermeerderen van hen die U werkelijk bewonderen en liefhebben.  Zo zal ook de heerschappij van het Allerheiligste Hart van Jezus zich overal ter wereld verbreiden.  Heilige en Onbevlekte Moeder, dit alles kan ik alleen met Uw hulp, want alleen waar U bent, daalt vrede en genade neer die tot bekering en heiliging leidt.  Want de genade ontspringt aan het Allerheiligste Hart van Jezus en komt tot ons via Uw Moederhanden. Amen.”

Het leven van Maximiliaan Kolbe
1894 7 januari – geboren in Zdunska-Wola, een voorstad van Lodz in Polen, als vierde van de vijf zonen uit het huwelijk van Juul Kolbe en Maria Dubrowska. Bij het doopsel ontving hij de naam Raymond. Zijn vader verdiende als wever de kost. Zijn moeder opende een winkeltje in levensmiddelen.
1910 Raymond treedt in bij de minderbroeders conventuelen. Hij kiest als kloosternaam: Maximiliaan.
1917 17 oktober – samen met zes medebroeders sticht hij te Rome de Militia Immaculata (Ridderschap der Onbevlekte).
1918 28 april – Maximiliaan ontvangt te Rome de H. Priesterwijding.
1919 Ziek keert hij naar Polen terug. Er is weinig hoop op herstel, maar hij herstelt. Hij woont in het klooster te Krakau.
1922 Maximiliaan sticht een eigen drukkerij. Het eerste nummer van de ‘Ridder der Onbevlekte’ verschijnt.
1927 Bij Warschau sticht hij Niepokalanow, (dit is: Mariastad) met moderne drukpersen, radiozender, een eigen brandweercorps, eigen spoorbaan en begint met de aanleg van een vliegveld.
1930 Maximiliaan Kolbe gaat naar Indië, China en Japan. In Nagasaki bouwt hij een Mariastad en richt een tijdschrift op, dat lange tijd het grootste katholiek tijdschrift in Japan zal zijn.
1936 Gardiaan in Niepokalanov
1939 Het aantal medebroeders in Niepokalanow is gestegen van 20 naar 752. Het maandblad ‘Ridder der Onbevlekte’ bereikt de oplage van 1.000.000 !; het dagblad een oplage van 250.000. Maximiliaan wordt met enkele andere medebroeders gevangen gezet in kamp Amtitz.
1940 Kolbe keert terug in Niepokalanow.
1941 februari – Met vier paters wordt hij gevangen genomen en naar Warschau gebracht. Zij ondergaan folteringen in de Pawiak-gevangenis.
1941 28 mei – Overbrenging naar Auschwitz en uiteindelijk geplaatst op de ziekenafdeling. Daar staat Maximiliaan zieken en stervenden bij.
1941 eind juli, – Tien medegevangenen worden als represaille voor het ontsnappen van een gevangene opgesloten in de hongerbunker. Maximiliaan Kolbe biedt zich aan om de plaats van sergeant Gajownicek -gehuwd en vader van vier kinderen- in te nemen.
1941 na drie weken zijn er in de bunker nog vier mensen in leven. Drie van hen zijn bewusteloos. Pater Kolbe is nog bij kennis.
1941 14 augustus – De kamparts dient Maximiliaan een dodelijke injectie toe.
1971 17 oktober – Paus Paulus VI verklaart pater Maximiliaan Kolbe zalig.
1982 10 oktober – Rome, heiligverklaring van pater Maximiliaan Kolbe door paus Johannes Paulus II.